|
|
 |
Het Noors heeft net als het Duits en Nederlands vrouwelijke, mannelijke en onzijdige woorden. Het grote verschil met Nederlands en Duits is dat het bepaalde lidwoord (de/het) niet als een apart woord voor het woord komt, maar erachter als een soort uitgang. Het onbepaald lidwoord werkt net als in het Nederlands, maar dan zijn er andere vormen voor de verschillende geslachten.
In de buurt van Oslo is het soms gebruikelijk om vrouwelijke woorden op de mannelijke manier te gebruiken.
| Mannelijk | Vrouwelijk | Onzijdig | | Onbepaald enkelvoud | en ..... (en time) | ei ..... (en gate) | et ..... (et dyr) | | Bepaald enkelvoud | .....en (timen) | .....a (gata) | .....et (dyret) | | Onbepaald meervoud | .....er (timer) | .....er (gater) | .....er (dyrer) | | Bepaald meervoud | .....ene (timene) | .....ene (gatene) | .....ene (dyrene) |
|
 |
Noorse werkwoorden zijn zeer eenvoudig, omdat er slechts een vervoeging is voor alle personen. De tegenwoordige tijd van een werkwoord wordt gemaakt door een -r achter het hele werkwoord te zetten.
| Ha | Hebben | | Jeg har | Ik heb | | Du har | Jij hebt | | Han har | Hij heeft | | Hun har | Zij heeft | | Vi har | Wij hebben | | Dere har | Jullie hebben | | De har | Zij hebben |
|
 |
|
|